(Westland, 1 april 2026). Na de raadsverkiezingen is de tijd tussen het benoemen van aftastende informateurs en een nieuw college uniek voor politiek columnisten. Immers, vrijwel iedere politicus die bij het collegevormingsproces betrokken is, houdt zijn mond.
Toont niet het achterste van zijn tong, om zo de eigen kansen op een goede plek voor zichzelf, of zijn partij, niet te verstoren of te beschadigen. Hooguit zal (meestal) hij vertrouwelijk loslippig zijn om zijn eigen politieke positie positiever te maken.
Het ontbreken van normale transparantie leidt dan noodgedwongen tot een soort verplichte achterkamertjes. Die wel begrijpelijk is want er zijn nu eenmaal tijdens de collegeformatie alleen afspraken te maken die ‘nog even’ niet naar buiten mogen komen. Vanuit die optiek is dan perslekken niet echt slim..
Vermenging van feite en fictie
Dat betekent wel dat daaromheen gefluisterd, gespeculeerd en zelfs welbewust ‘gefakenewsd’ wordt. Voor media een heerlijke periode van Wahrheit und Dichtung. Een openbare vermenging van feiten en fictie.
De huidige Westlandse situatie is zo dat, ondanks het verlies van twee zetels, de grootste fractie van Westland Verstandig twee verkenners heeft aangezocht. Die voortvarend aan het uitzoeken zijn welke partijen samen met WV mogelijk een coalitie zouden kunnen gaan vormen. Ook die Jeroen Toet en Martin Buitelaar zwijgen vooralsnog als het graf Zolang er in hun ogen niks concreets te melden is.
Ze praten met alle partijen maar duidelijk is wel dat zij in hun opdracht ook een zekere voorkeur hebben gelezen. En met het telraampje nabij wordt steeds bekeken of er dan een raadsmeerderheid is te maken. Naast de negen WV’ers tel je dan de zeven CDA’ers op. En daar voeg je dan de vier VVD’ers aan toe. Als die christendemocraten en liberalen tenminste (inhoudelijk) willen.
Dan heb je een meerderheid in een raad van 39 leden, maar wel een heel krappe. Eén afwezig ziek of vakantievierend raadslid en je bent weg. Je kunt dan wel politieke collegehulp vragen bij een andere partij maar die wil vrijwel zeker wel een eigen wethouder leveren. Bovendien moet die qua politieke kleur bij de eerdere drie passen.
‘Middenblok’ met het CDA
Als deze eerste fase mislukt, dan mag de, qua grootte, tweede fractie (van het CDA met 7 raadsleden) het proberen. En na de eerdere poging met Westland Verstandig zal die proberen ook een ‘middenblok’ te vormen, maar dan met GBW en VVD. En dat trio (18 zetels) heeft echt een vierde partner nodig. Met minimaal twee zetels. Dat kan eventueel de LPF – een verliezer, nu met 3 zetels – zijn, maar dat is onduidelijk. En dat geldt ook voor andere mogelijkheden.
In dat actuele politieke spectrum is de positie van het CDA ineens heel bijzonder geworden. Die zit ingeklemd tussen twee partijen die al jaren behoorlijk politieke verschillen hebben en die de afgelopen vier jaar samen een frequent ruziënde coalitie hebben gevormd. Zodanig dat vrijwel iedereen nu zeker weet dat een nieuwe coalitie met WV en GBW uitgesloten is.
Toch is er een kans dat als er na veel formatie-gesoebat een patstelling ontstaat en geen alternatief meer voorradig is, zo’n samenwerking de enige oplossing is. Met een meerderheid, waarbij het CDA een soort (hoofd)rol krijgt van politiek mediator om de twee andere bij de les – lees de gemaakte coalitieafspraken – te houden. En bij conflicten te ‘scheidsen’.
Een voordeel kan ook nog zijn dat de twee kemphanen Remmert Keizer en Peter Duijsens allebei nu steeds weer benadrukken dat ze het persoonlijk zo goed met elkaar kunnen vinden. Nog sterker, menig lid van hun fractie zal er oprecht verbaasd van opkijken, maar als persoon mogen die twee elkaar best wel, lijken soms wel vrienden.
Met natuurlijk nogal wat diepe meningsverschillen, zoals vooral over een oud of nieuw theater De Naald. Maar voor (creatieve, soms theatrale) politici als Peter en Remmert is dat niet echt onoverkomelijk. Wacht maar af.
Rien van den Anker