(Westland, 30 september 2026). Exacte gemeentelijke cijfers zijn er niet maar het lijkt erop dat steeds meer centra van bijvoorbeeld dorpskernen als Naaldwijk of ‘s Gravenzande veel meer inwoners hebben.
Dat is vooral te zien in de donkere periodes van herfst en winter. Er waren tijden dat veel winkelpanden op de eerste etage letterlijk pikkedonker waren. Dat waren vaak panden die vroeger op de eerste etage grotendeels ook ‘gewoon’ winkelruimte waren. In andere gevallen werden die etages bewoond door de winkeleigenaar of iemand van zijn personeel.
Leeg en donker
Er zijn ook bedrijven waar de etageruimte in eerste instantie werd gebruikt als opslagmagazijn voor nog te verkopen goederen. Heel vaak bleef het daar leeg en vooral van de straatzijde zichtbaar donker.
Enige jaren geleden veranderde het gemeentelijke beleid zodanig dat de etage- en zolderruimten boven winkels mocht worden bewoond. Sommige winkeleigenaars verkochten hun etagedelen.
Met als gevolg dat menig winkelstraat met op de begane grond (nachtelijk) verlichte etalages in ieder geval daarboven enige gezelligheid en menselijke leefbaarheid tonen. Met twee voordelen, ten eerste oogde die straten ineens veel bewoonder en daardoor veiliger.
Tweede voordeel is dat er nu, laat ik maar verzinnen, tientallen mensen ineens een huis hebben kunnen vinden. Ook nog eens redelijk betaalbaar in een periode van keiharde wooncrisis. Een van de weinige nadelen is dat er in die omgeving nog minder parkeerplaatsen zijn. Er wonen dus ook jonge mensen zonder auto.
Niet dood gevonden willen worden
Er zijn nog meer plaatsen waar zich een vrijwel identieke situatie voordoet, namelijk bedrijfsterreinen. Gebieden waar je nu soms nog niet dood gevonden wil worden maar waar ook nog vroegere woningen zijn die niet meer bewoond worden en ook etageruimten die zo omgebouwd zouden kunnen worden. Tot woningen.
Je hoeft geen wethouder of raadslid te zijn om te kunnen bedenken dat de twee genoemde voordelen bij de winkels ook voor bedrijfsgebouwen gelden. Ook die bedrijfsstraten zijn nu ‘s avonds no-go gebieden omdat er bijna geen bewoners zijn. Natuurlijk zijn er delen waar soms lawaai is te horen van de bedrijven die er gevestigd zijn. En natuurlijk zijn er plaatsen waar vrachtwagens geparkeerd staan en dan soms weinig plek voor personenauto’s overlaten.
Minder rechten
Maar er is nog wel woonruimte. Zeker voor starters en anderen die al jarenlang proberen een eigen woning te vinden. Die daar snel tijdelijk geholpen zijn. En natuurlijk, je zult hier ook afspraken moeten maken met huurders dat zij iets minder rechten accepteren dan reguliere huurders. Die bijvoorbeeld minder recht van spreken hebben als het gaat klagen over lawaaierige bedrijfsburen.
En je kunt ook in alle redelijkheid afspraken maken hoe lang de huurder daar maximaal mag blijven wonen. En dat daar aanwezige ondernemingen wel milieuruimte moeten kunnen blijven behouden.
Geen zorgen, dat gaat niet gebeuren. Het gemeentebestuur stelt rigide vast ‘dat een duidelijke scheiding tussen wonen en werken nodig is om zowel een goed woon- en leefklimaat als voldoende ruimte voor ondernemers te waarborgen.’ En dat daarom het Westlandse college niet bereid is extra woonruimte op bedrijventerreinen mogelijk te maken of zelfs een inventarisatie daarnaar uit te voeren.
O ja, en dan vergeet ik nog het voordeel te melden dat ‘bewoonde’ bedrijfsterreinen niet meer zo onmogelijk angstig zijn. Waar nu vrijwel zeker dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen.
Rien van den Anker
Ooit zei een Amsterdamse wethouder…”in ….. kan je niet wonen”. Toch misschien eens proberen of er iets anders mogelijk is. Kijk eens om ons heen hoe sommigen wonen in huizen in de binnensteden van Delft, Amsterdam, Den Haag. Niet geweldig, maar men woont wel.