(Westland, 29 juni 2026). Moet een wethouder in de gemeente wonen waar hij bestuurder is? Daar zijn regels voor, in principe mag het niet maar de gemeenteraad mag hem of haar ontheffing geven. Inmiddels gaat één op de zes wethouders naar zijn werk in een andere gemeente.
En minstens een keer in de vier jaar, aansluitend op de nieuwe bestuurscolleges die na de gemeentelijke verkiezingen zijn gerealiseerd, is er weer discussie of lokale bestuurders binnen hun eigen gemeente moeten wonen.
Dat aantal neemt de laatste jaren flink toe omdat een wethouder niet meer per se uit een lokale fractie moet komen. Er waren tijden dat de plaatselijke partijleider eigenlijk bijna automatisch wethouder werd, die zijn ook voorbij. Maar goed ook, want die bleven nog wel eens heel lang op het pluche plakken.
Tegenwoordig kan in theorie een ieder worden gevraagd om waar ook wethouder te worden. Soms moeten die ook nog lid worden van de vragende politieke partij.
Er wordt ook steeds meer buiten de gemeentegrenzen gezocht omdat niet altijd de gewenste capaciteit en professionaliteit in de eigen gemeente voorradig beschikbaar is, of niemand wil.
Beroep wethouder
Het beroep wethouder is niet meer hetzelfde, is tegenwoordig heel anders, aanzienlijk uitgebreid en moeilijker geworden. Ook het afbreukgehalte en tussentijds verplicht moeten opstappen, soms buiten je eigen schuld, is in tijden van politieke polarisatie nogal hoog.
Daarbij komt dat de privésituatie van kandidaten in de afgelopen decennia gewoon is gewijzigd. Vroeger gingen de echtgenote en de gezinsleden ‘gewoon’ maar mee als pa een andere baan elders vond. Tegenwoordig heeft de partner een eigen carrière die terecht ook zwaar mee telt. Ook de stem van kinderen telt zwaarder mee.
Maar ook het verlaten van hun bestaande perfecte eigen woning en het niet zo eenvoudig vinden van een nieuw, vaak veel duurder, huis is een geregeld voorkomend probleem.
Toch blijkt uit een RTL-onderzoek dat 86% van de Nederlanders vindt dat een wethouder in ‘zijn’ gemeente moet wonen. Vaak zijn argumenten als hij weet waar het is en leert iedereen beter kennen belangrijk. Hij moet het gevoel van de bewoners zelf ervaren.
Frisse onafhankelijke blik
Toch zijn er geen bewijzen tot een vreemde wethouder per definitie slechter werkt dan een echt lokale. Nog sterker, er wordt dan ook op gewezen dat buitenstaanders een frisse blik meebrengen en onafhankelijker naar sommige zaken kunnen kijken.
Een goed voorbeeld is Albert Abee, die jaren geleden de tussentijds opgestapte CDA-politica Karin Zwinkels opvolgde. Die was daarvoor wethouder in Lansingerland en bleef wonen in Hendrik-Ido-Ambacht. Ook toen hij beroepshalve naar Westland ging. Dat huis daar was gewoon zijn stekkie.
Abee werd in het begin nog wel kritisch bekeken als ‘geen echte Westlander’, maar toen zijn termijn afliep waren er veel raadsleden die hem graag hadden willen behouden voor Westland. ‘Was toch wel een goeie..’
Alleen autochtonen
Dat een wethouder dichterbij woont is trouwens soms ook relatief want een Haagse wethouder die in het Benoordenhout woont zit verder weg van een calamiteit in Den Haag Zuidwest dan zijn Westlandse collega die alleen naar een aangrenzende dorpskern moet gaan.
Voor de goede orde, het nieuwe Westlandse College kent nu alleen maar autochtonen. Die vooral in Naaldwijk en ‘s-Gravenzande wonen. In De Lier en ook Poeldijk wordt daar nu al over gemopperd. ‘t Is ook nooit goed..
Rien van den Anker